Het verhaal van een plek

Een plek aan het woord

Hieronder staan voorbeelden van wat plekken te vertellen hebben. Regelmatig komt hier een nieuwe plek aan het woord. Laat je inspireren door al de verschillende verhalen.


Scheefstaande knotwilgen langs de 's-Gravenweg in Rotterdam. Door hun scheve stand laten ze goed zien hoe de zwaarte van het asfalt en het verkeer de slappe, venige grond langzaam maar zeker wegduwt.

De vorm van deze bomen in de duinen van Vlieland heeft alles te maken met de plek waar zij staan. Door de sterke zeewind groeien de bomen nauwelijks in de hoogte. De bomen die het meest in de overheersende westenwind staan zijn het laagst. De bomen die meer in de luwte staan kunnen wat verder in de hoogte groeien. Aan de onderkant heeft vee de blaadjes weg gegeten. Alle blaadjes tot waar ze erbij konden.

Delft is genoemd naar deze gracht, de Oude Delft. Een 'delft' of 'delf' is nu geen gangbaar zelfstandig naamwoord meer, maar was vroeger een gegraven kanaal of sloot. 'Delven' als werkwoord voor graven kennen we nog wel.

Midden in dit parkeervak is een kuiltje in de bestrating. Op die plek blijft regenwater staan en verzamelen zich voedingsstoffen. Ideaal voor straatgras.

Op deze plek in het Wooldse Veen is wat moerasgas omhoog geborreld. Dat is een normaal verschijnsel in moerassen. Het is gas dat door vergisting van dode plantenresten vrijkomt. Maar door het ijs kon het gas niet verder opstijgen en vormden zich luchtbellen onder het ijs.

Toen de sneeuw viel, kwam op de plek van de bomen een deel op de takken en een deel op de grond terecht. De zon die daarna op de takken scheen, deed de dunne randjes sneeuw wegsmelten. Dooiwater droop van de takken en smolt vervolgens de sneeuw onder de bomen. Zo zorgden de bomen voor groene plekken in de sneeuw. Ook regen drupt op dezelfde manier van de takken. Daarom spannen de wortels van de bomen zich onder de hele boomkroon uit. Zo benutten de bomen het water. De groene plek laat dus ook de plek van de boomwortels zien.

Deze verhoogde plek in de Loonse en Drunense Duinen toont de geschiedenis van het zand. Onder de donkere, horizontale band ligt het zand uit de laatste ijstijd. Door het koude klimaat was er toen weinig begroeiing en het zand kon gaan stuiven. Later, toen het klimaat warmer werd, zorgden bomen en planten er voor dat het zand niet meer kon stuiven. Dood plantenmateriaal kwam op de bodem terecht en verteerde. Dat is de horizontale, donkere band. In de Middeleeuwen kapten mensen op grote schaal de bomen, er kwam heide voor in de plaats. Uit de bodem staken ze plaggen. Schapen en ander vee vraten vervolgens zoveel van de begroeiing weg, dat het zand weer kon gaan stuiven. Er vormden zich zandduintjes op de oude bos- en heidegrond. Maar vooral zijn over grote oppervlakten de oude bos- en heidegronden en het zand uit de ijstijd door de wind weggeblazen. Deze verhoogde plek is een van de weinige plaatsen waar de oude bodemlagen nog intact zijn. En ook nu voorkomen bomen en planten met hun wortels verder stuiven van het zand.

17 oktober 2016, de seizoenen wisselen: nog bloemen aan de rode klaver, maar ook al gevallen blad.

Waar de vloed zijn hoogste stand bereikt, blijft aanspoelsel liggen. Als daar zand overheen stuift, is dat dé plek voor zeeraket om te groeien (strand tussen Hoek van Holland en Duindorp).

In de knot van de wilgen zijn bladresten blijven liggen. Dat betekent organisch materiaal en dus een plek voor planten om te groeien en te bloeien (Rhoonse grienden).